donderdag, december 06, 2012

Twee ogen en een mond

Het sneeuwt weer. Speelsporen zijn toegedekt, een sneeuwman staat naar het raam toegekeerd en kijkt vanonder zijn hoed, een bloempot, nieuwsgierig naar binnen. Koud lijkt hij het niet te hebben, al zijn zijn armen, twee dunne takken, en neus, een wortel die niet door Slechtweervandaag werd verorberd, bedekt met een wit laagje. Het is alsof ik zelf in zo'n glazen sneeuwbal zit: precies zo dwarrelen de vlokken, traag, wat aarzelend zwevend, alsof de weg naar beneden niet helemaal duidelijk is.
'Of een sneeuwman echte ogen kan hebben,' vraagt de oudste me voor het slapengaan. Ze wil de tijd met mama wat rekken, en bedenkt vragen die hoognodig gesteld moeten worden. 'Twee vraagjes', zeg ik. 'Vijf!' biedt zij - zoals gewoonlijk - tegen me op. Ze gaat nog even door met vragen - of walvissen mensen eten, of er een lampvis bestaat... - tot ze middenin het verzinnen stopt. 'Zo. Nu heb ik er vijf gevraagd.'
Het is een truukje als een ander natuurlijk - al vind ik dit, toegegeven, leuker dan water of zakdoeken aandragen - maar dat van de sneeuwman, ja, dat was ├ęcht wel nodig. Om boze dromen een stapje voor te zijn. Ik heb haar gerustgesteld - al voelde ik zelf iets van twijfel. Want De sneeuwman van Briggs, die moet toch echt nog eens door ons leesuurtje wandelen. En die daar buiten in de tuin, hoorde ik die niet zonet zachtjes grinniken?


Geen opmerkingen: