zondag, december 30, 2012

Taalarchitecten

Late avonden en drukke vakantiedagen eisen hun tol. In beide kampen. En dus beantwoord ik het gejengel van de kinderen met het - toegegeven, weinig vindingrijke - 'Ik ga jullie allemaal... in een kast steken.' Dat beletselteken staat er niet zomaar: ook in werkelijkheid hakte ik de zin in twee. Niet omdat het me aan idee├źn ontbrak, maar omdat ik even als een echo van mijn eigen kindertijd dreigde te klinken. 'Verkopen,' durfde mijn moeder wel eens aan die beginzin toe te voegen. Als kind was ik nooit  helemaal zeker dat dat dreigement onuitgevoerd zou blijven. En ook nu, zelf moeder, kies ik toch maar liever voor het zekere: die kast, daar haal ik ze over een minuut of wat wel weer uit. 
Vreemd toch, hoe taal in ons hele wezen verankerd zit. Dat niet alleen de woorden klaarliggen, maar ook hele voorgemetste zinnen. Best mogelijk dat wat ik hier schrijf niet door mezelf is ontworpen, enkel opgebouwd naar het voorbeeld van een ooit opgeslagen grondplan. 
Er was een tijd - bij nader inzien duurt die nog voort - dat ik niet erg mee was met populaire cultuur. En dus duurde het erg lang voor ik doorzag dat de helft van de uitspraken van die ene jongen uit gestolen zinnen bestonden. 
Ook hier in huis stelen ze maar raak. Daarnet nog, in het heetst van het spel, een discussie tussen twee playmobilfiguren:
- Ik ben BOOS, HOOR!
- NEE, IK BEN HET BOOST!
- ... van het land.
Of ze dit uit de Disney-vertolking of uit de originele versie plukten, moet u henzelf vragen.



Geen opmerkingen: