woensdag, mei 06, 2015

Weergevoelig

Was me dat een dagje, gisteren. De regen kletste tegen de ruiten en de wind holde als een opgejaagd dier om het huis heen. Ook mijn gedachten schoten alle kanten op, en als ze dan toch gingen liggen, eerder in een plasje regen, dan stralend aan de horizon.
Vandaag ligt de zon gul over het dorp en lijkt mijn krappe voormiddag een zee van tijd, waar mogelijkheden en kansen zachtjes liggen te deinen tot ik inscheep. Overal in huis liggen geschenken: plasjes licht die ergens door een kier naar naar binnen zijn gevallen. Niets mooier dan binnensluipend licht...
En ik? Ik ben niet meer dan het vrouwtje uit zo'n Zwitsers weerhuis: blij naar buiten bij zon, zuchtend binnen bij regen. 



vrijdag, mei 01, 2015

Schoolpoortactivisme

Wij, moeders aan de schoolpoort, wij beelden ons heel wat in. Dat al onze kinderen hoogbegaafd zijn, bijvoorbeeld. Dat zij, genieën, vooruit zijn op een hele generatie. Vandaag zitten wij waar we horen, op de kleine stoeltjes van de kleuterklas, net genoeg voor een halve bil en een stel knieën tegen je kin. Boven ons vertelt een kleuterjuf wat onze kinderen mogen kunnen. Ze klemt zich vast aan haar ideeën, een gele post-it groot. Kinderen in deze klas puzzelen al enkele stukken, luisteren naar boeken met een eenvoudige prent, kleuren voorgeknipte kunstwerken in. Iemand oppert dat zijn kind het al kan, knippen. Een ander verzucht dat het begint te lezen. 'Je bent er vast veel mee bezig, mama,' zegt de juf fijntjes - ze heeft heel wat moeders, deze vrouw. Arm, onthecht kind. Maar ze houdt voet bij stuk. Alle kinderen naar dezelfde eindmeet. 
Waar ik lesgeef, worden B-attesten toegekend. Dat hij eerst maar eens studeert. Dringend moet leren leren. Op het oudercontact durf ik het de ouders niet te vragen: of ze scharen hebben opgeborgen, letters uitgewist, vragen afgeketst, toen, jaren eerder, in de kleuterklas. 
Maar de volgende ochtend trek ik stoute schoenen aan, stap naar de kleuterjuf, citeer onderzoek en pleit voor het recht op leren, voor iederéén. De juf luistert. Ze ploegt door het zand van haar redeneringsvermogen. Er valt één schelp te rapen, die klinkt als het ruisen van de branding, het sussen van een opstandeling. Een aai over zijn bol, meer moet een kind niet hebben.

'Een schrijver liegt de waarheid' citeerde de lesgever 'columnschrijven'. Zo dus ook ik. Laat niemand zich aangevallen voelen door deze verzameling bijgekleurde feiten. En toch: ik méén wat er staat. Elk verhaal over een kind met leerhonger zuigt als een magneet andere verhalen aan. Ze wordt erg groot, die verzameling. Steeds meer, vaak schrijnende, verhalen. Daar moet wat mee gebeuren. De tekst schreef ik in de veilige omgeving van de 'Schrijfdag' in Oostende. Laat hem het begin zijn van actie!

zondag, april 26, 2015

Pas op voor de nieuwen!

Menig ander had wellicht aan Birds gedacht, maar bij mij kwam meteen mevrouw Helderder voor de geest. We hadden net een bakje vis gekocht – die er lang niet zo goed uitzag als hij in onze gedachten zou zijn, maar honger neemt het niet zo nauw – en wilden een trein halen. De verkoper bedankte ons uitbundig, gaf wisselgeld en gilde er nog iets achteraan. Terwijl wij ontcijferden wat dat moest zijn – ik gokte op 'Spaar voor een miljoen!', mijn vriendin hield het bij 'Pas op voor de nieuwen!', gingen we verder. Zij zat er het dichtst bij, zo bleek. Van 'nieuwen' naar 'meeuwen' was maar een halve stap, maar wel een halve stap te veel. Want terwijl een deel van de beesten het raadsel met zijn aanwezigheid net had opgelost, zette het andere deel de aanval in. In de rug nog wel: ze krijsten, joegen in formatie langs ons heen en drukten in die scheervlucht de poten stevig tegen mijn hoofd. Meer was niet nodig: tweederde van mijn bakje werd voer voor de meeuwen... Mevrouw Helderder hield dapperder stand:


'Lelijkerds!' gilde mevrouw Helderder. Moeizaam worstelde ze verder en voetje voor voetje kwam ze vooruit. Een heel kluwen fladderende meeuwen versperde haar de weg. Ze deden haar geen kwaad, ze pikten niet, ze raakten haar af en toe met een vleugel, dat was alles. Maar ze krijsten zo dreigend, ze keken haar zo woedend aan, ze gingen boven op haar zitten, ze scheerden rakelings langs haar gezicht... Doodmoe bereikte mevrouw Helderder de lift en ging naar haar flat om een rolletje zij te halen.
Toen ze weer terugkwam op de bovenste verdieping, had ze een soort wapenrusting aan. Een vergiet op haar hoofd, een enorme plastic regenjas en een grote vlag om de vogels weg te jagen.
Pluk van de Petteflet, Annie M.G. Schmidt

Moet ik volgende keer aan denken, als ik me aankleed voor een trip naar Oostende.



vrijdag, april 24, 2015


Over het geluk van (nog niet) lezen

Sommige boeken blijven gelukkig ongelezen. Tot de tijd er rijp voor is. Neem nu Anna Karenina. Hoewel ik De gebroeders Karamazow (van die andere grote Rus, Dostojewski) en, als ik me het goed herinner, ook Oorlog en Vrede (net als Anna Karenina van Tolstoj) ooit bij wijze van ontspanning tijdens examens uit mijn moeders' boekenkast had geplukt en vele andere klassiekers verplichte lectuur vormden tijdens mijn studies, las ik Anna Karenina nooit. Toen de verfilming in 2012 met veel lof werd ontvangen, kocht ik dan ook voor een beschamend laag bedrag de pocketversie (nog altijd goed voor een centimeter of zes rugbreedte) en nam me voor de film niet te bekijken voor ik het boek gelezen had. En zo gebeurde. Tot nu - en wat een geluk.
Op mijn zeventiende had ik immers nooit de rijke psychologische inzichten, de vele vaststellingen en de ongelooflijke gelijkenis met onze huidige samenleving kunnen zien. Nu blijf ik me afvragen welk een genie in de schrijver moet hebben gehuisd: hoe bundel je zo veel treffende observaties in één boek? Hoe breek je binnen in zo vele zielen, die onmogelijk allemaal een stuk kunnen vormen van jezelf? En ook dit: in wezen is er niets veranderd. Er mag uiterlijk dan wel een en ander aan onze maatschappij zijn toegevoegd, de mens blijft gelijk. Klinkt in Oblonski's bedenking over het onderscheid tussen de mentaliteit in Petersburg en Moskou niet een echo van bepaalde stemmen in de discussie tussen betaald werkende en thuiswerkende vrouwen, die enkele maanden geleden sociale én gewone media bezig hield? 

'Zijn kinderen...? In Petersburg verhinderden de kinderen hun vader niet te leven. De kinderen werden op kostscholen opgevoed en er was hier geen sprake van die in Moskou zo algemeen verbreide, onzinnige opvatting - die bijvoorbeeld ook Ljwow had - dat alle rijkdom van het leven voor de kinderen moest zijn en alle moeite en zorg voor de ouders. Hier begreep men, dat een mens de plicht had voor zichzelf te leven, zoals ieder beschaafd, ontwikkeld mens leven moest.' (838)
Ik ben geen 'potloodlezer', maar wat was ik het graag geweest... Nu rest me niets dan het boek nogmaals te lezen, kuierend, aanstippend wat me treft - in het volle besef dat ongelezen boeken geen bron van schaamte moeten zijn. Een goede wijn blijft ook lang in de kelder liggen.

vrijdag, april 03, 2015

Wie spreekt? De ethiek van het geschreven interview

Terwijl ik probeer om elk kind het stuk taart te geven dat zhij* wil, hoor ik haar iets zeggen over Dimitri Verhulst. Nog voor ik goed en wel weet - bekentenis: ik ben niet altijd even bedachtzaam - wat zij zegt, kom ik ertussen. 'Dat interview in Psychologies magazine? Ik dacht: jij, pedant kereltje!' En nog terwijl ik het zeg, weet ik dat het niet zozeer zijn uitspraken zijn die me stoorden, als wel de rol van de interviewer. Was het radio, dan had Annemie Peeters hem allang lik op stuk gegeven. Maar in tijdschriftinterviews kruipt de interviewer maar al te vaak in een onderdanige rol, die niet meer kostumering verdraagt dan hooguit drie gedrukte regels. Waarom, vraag ik me af, kan die interviewer niet wat sterker uit de hoek komen? Kan je iemand vandaag de dag zonder tegenspraak laten zeggen dat 'pesten ook heel nuttig is' en 'liefde vanzelf moet gaan'?
Zij (die me al op meer vlakken vooruitgeholpen heeft - lang leve de veelzijdigheid van een goede kinesiste) helpt me op weg en verwijst naar de inleiding van het interview: dat Verhulst het interview liefst zelf geschreven had, dat er nu eenmaal erg veel kanten aan de waarheid zijn en dat hij zich het recht toe-eigent om soms te liegen. 
En inderdaad, in een (neer)geschreven interview heeft de interviewer het laatste woord. Het is zhijn pen die bepaalt hoe het gaat klinken - en zo onvermijdelijk ook bepaalt hoe het gelezen wordt. Het interview wordt een verhaal, waarvan de interviewer schrijver en verteller is, en de geïnterviewde nog slechts een personage. Eén waarover we graag lezen, weliswaar, en ik word steeds nieuwsgieriger waarom (naast me ligt Why Do We Care about Literary Characters? van Blakey Vermeule, dus binnenkort meer daarover).
Zou ik net zo sterk reageren als zijn woorden in de mond van een fictief personage waren gelegd? Als het geen interview was, maar een kortverhaal? Hoeveel afstand én betrokkenheid creëert fictie?Waarom is een verhaal soms net zo sterk of zelfs sterker dan een academische uiteenzetting, zoals Paul Williams argumenteert in 'Creative Praxis as a Form of Academic Discourse'?
En zo krijgt Verhulst alsnog gelijk: een beetje 'pesten' kan nuttig zijn - zijn 'pesterige' ideeën hebben me aan het denken gezet. Bedankt, pedant... personage?


* 'Hij' als neutraal persoonlijk voornaamwoord lijkt zijn beste tijd te hebben gehad. In het Zweeds zie ik steeds vaker een genderneutraal voornaamwoord opduiken, 'hen'. En dat werkt prima, want het Zweeds heeft het voordeel van het klinkeronderscheid: 'han' betekent hij, 'hon' staat voor zij. De genderbepalende klinker staat middenin en kan dus makkelijk vervangen worden door een neutrale klinker, zoals 'e' (al staat die, wiskundig gezien, in het alfabet dichter bij de 'a' dan bij de 'o', en kan je daar dus, als je echt moeilijk wil doen, nog altijd een mannelijk overwicht in lezen).
In het Nederlands ligt het helaas moeilijker. Daar bepaalt de beginmedeklinker het genderonderscheid, en die medeklinker laat zich moeilijker vervangen zonder betekenisverlies. Want wie herkent in pakweg 'lij' een mengvorm van 'hij' en 'zij'? Beide klinkers dan maar? 'Hzij' dat is om stotteren vragen, dus 'zhij'...

dinsdag, februari 24, 2015

Gewoon doen

Vaak flitst 'moet ik iets over schrijven' door mijn hoofd.
Ik hoor op Studio Brussel hoe een luisteraar een nummer van Franky goes to Hollywood aan 'Kingston, Kingston' rijgt, van Lou And The Hollywood Bananas. De link? Hollywood. Nogal voor de hand liggend, lijkt de presentator te vinden. Maar ik ben goedgehumeurd en wil het door de vingers zien, al was het maar omdat niets zo heerlijk is als associëren en ik het geweldig vind dat in een radioprogramma het ene nummer via associatie aan het andere wordt gehaakt. Mmm, associëren. Moet ik iets over schrijven. 
Ik lees op de site van Maria Nikolajeva, onderzoekster kinder- en jeugdliteratuur, over het ontstaan van haar passie voor kinderliteratuur, en hoe en wanneer ze die literatuur ook als onderzoeksobject is gaan beschouwen. Ze schrijft dat het er altijd moet zijn geweest. Ik herinner me een les waarin ik - niet helemaal met de juiste argumenten, maar wel heel oprecht - tegenover de leraar en de hele klas protesteer tegen het ontbreken van kinder- en jeugdliteratuur op de leeslijst in het vierde secundair. Moet ik iets over schrijven.
Ik noteer alvast enkele puntjes op het to do-blok dat ik van mijn moeder kreeg en maak er meteen twee. Het ene lijstje heet '(t)huis', het andere 'literatuur'. Pas dan zie ik dat onderaan al een puntje voorgedrukt staat. Onderaan de eerste lijst: 'nu alvast de slingers ophangen'. Onderaan de tweede: 'wereldberoemd worden'. Toeval of stille wens? Moet ik iets over schrijven.
Ik worstel met de weg die ik op wil, en stuit weer eens op een variant van hetzelfde: wacht niet - tot je zeker bent van succes, tot je een expert bent, tot er tijd is... Moet ik iets over schrijven? Of heb ik dat net gedaan?


maandag, december 15, 2014

Oze wieze woze

Alle wegen leiden naar Wieze. Echt. Ik ontdekte het geheel toevallig, tijdens een nachtelijke rit naar een ziekenhuis in Aalst. Op de achterbank 'wheezde' mijn dochter (ha, die woordspeling ontdek ik nu pas! - maar echt, al menig dokter haalde dat 'wheezen' aan als een vanzelfsprekend en alomgekend begrip voor de piepende ademhaling die mogelijk, maar net zo goed ook niet, door astma wordt veroorzaakt).
Hoe ver we ook vorderden, bij elk kruispunt en elke zijstraat stond weer diezelfde pijl. Wieze is, in mijn ogen, nochtans een wat onbetekenend dorpje ergens in de regio tussen Aalst en Dendermonde. Zijn relatieve bekendheid dankt het aan de hallen voor beurzen allerhande. Dat ik daarbij op de eerste plaats aan de 'eroticabeurs' denk, moet u mij vergeven — minstens één keer per jaar is mijn fiets- en autotraject aangekleed (ja, toch wel) met een uitgebreide postercampagne voor die beurs.
Dat alle wegen naar Wieze leiden, blijkt trouwens uit meer dan die bewegwijzering. Toen ik deze zomer wat snuisterde op een 'loppis' (Zweedse tweedehandsmarkt die 's zomers in zowat elke voor- of achtertuin kan opduiken), vond ik daar een bierkroes uit... Wieze. Hoe die daar is beland, daar heb ik het raden naar. Maar ik beeld me in dat een afstammeling van de Vikingen koers zette naar daar waarheen alle wegen leiden, en zo op de Bierfeesten van Wieze belandde, daar in die verre Oktoberhallen, speciaal gebouwd voor die gelegenheid, en geïnspireerd op het 'Oktoberfest' uit München. Oze wieze woze. Dat rijmt voortaan op 'Lederhose'.


donderdag, december 11, 2014


Ingegeven

Een vrouw staat ingelijst. Wanneer ze zich naar het gordijn van haar verlichte kamer beweegt, wordt haar schaduw angstwekkend groot. 'Huur mij!' schreeuwt een reclamepaneel. In mijn gedachten wordt dat haar tekstballon. Ik ben net terug van een literaire avond en pluk overal verhalen. Hoe meer verhaal ik in me heb, hoe meer verhaal ik zie.
Passa Porta stelde zes auteurs de vraag naar de literatuur van de toekomst. Niet of die er zal zijn (een vraag die heden ten dage elders wel eens gesteld wordt), maar hoe die zal zijn. Maud Vanhauwaert komt met de meest strijdlustige bijdrage. Met geheven vuist vraagt ze om meer ingevers, ter aanvulling of vervanging van de huidige uitgevers. Mensen die eerst naar het boek kijken, en dan pas naar de markt. Die de lezer willen verrassen, overrompelen. 
Ik herinner me hoe ik ooit Peter Verhelsts Sprookjesbordeel bezocht. Hoe je in het donker verhalen kreeg toegefluisterd, een druif net boven je lippen werd geperst. Ik herinner me hoe iemand me er, weer in het daglicht, op wees dat er 'iets aan mijn wang kleefde'. Hoe een spiegel me het paarse spoor toonde van mijn lippen tot mijn hals. 
Het poëziebordeel, waarvan ook Maud Vanhauwaert deel uitmaakt, is wellicht al even sensueel. En wellicht wordt het nooit anders: altijd zal er iemand zijn die je verhalen ingeeft. En als het goed zit, blijven die kleven. Stelt iemand je de vraag: 'Wat heb jij laatst gelezen?'

zondag, december 07, 2014

Over mezelf, met een strikje

37. Ooit bombardeerde mijn broer dit getal tot zijn geluksgetal, na een bevlogen les van de leraar wiskunde (van wie ik me nu afvraag of het niet hij was die mijn broer de das omdeed en een extra jaar secundair bezorgde). Bijna ongemerkt ben ook ik het als een bijzonder getal gaan beschouwen, zij het de laatste tijd vooral één dat me verder van de 35 voerde en dichter bij de 40 bracht - wiskundig gezien niet eens correct, maar dat kan deze taalliefhebber wellicht makkelijk vergeven worden. En nu is het er, dat lichte gewicht van de terugblik en de uitnodiging tot een vooruitblik. Als een te vroeg gestrande midlifecrisis. De doelen die ik me als pre-dertiger had gesteld blijken vlot verplaatsbaar en gelden, slechts licht gewijzigd, nog even goed voor deze pre-veertiger. Een huis, drie kinderen en enkele makkelijker verwaarloosbare realisaties later lijken ze minder haalbaar dan toen. En toch. Achteromkijken zet alles in een ander perspectief. Hoe relatief hij is, tijd, leeftijd. Aan de vooravond van mijn verjaardag lees ik een interview met Ian McEwan, zesenzestig: 

'Ik moet altijd denken aan mijn moeder, die ooit zei "Was ik maar opnieuw vijfenveertig!". Zelf was ik toen in de twintig. Toen begreep ik haar niet. Nu wel, o wat begrijp ik haar nu goed. Op je vijfenveertigste ben je fysiek nog in staat om veel te doen en je weet een en ander over het leven, het is de allerbeste leeftijd.'
Nog zeven jaar heb ik. Zeven vette jaren, naar dat allerbeste getal. Ik bind er alvast een strikje om.

maandag, november 17, 2014

Ceci n'est pas un livre

Wellicht had ik duidelijker moeten zijn — een Facebookstatus plaats je niet zomaar even 'tussen de soep en de patatten'. Of toch? 
Ik had zo'n drietal koppels de tijd voor het mijn beurt was, die avond op de boekenbeurs. Intussen deed de machine van Creatief Schrijven en Azertyfactory ratelend zijn werk – en kreeg ik steeds meer het gevoel dat ik het nu moest maken. Terwijl titels als stuiterballen door mijn hoofd schoten en niet wilden gaan liggen, tikte de tijd. Nu en dan spuwde de machine een boek, nam iemand het op en poseerde voor een foto. Zonder uitzondering met trots. Alsof met de flap het belangrijkste was gezegd. En kijk, zo ging het ook bij mij. Een flap, een foto, een Facebookstatus. En plots te veel 'likes', bemoedigende duimen aan de schoolpoort en vragen om een gesigneerd exemplaar. Ik werd er ongemakkelijk van. Alsof ik vals had gespeeld.

Nochtans bevatte de tekst enkele hints, dacht ik – een eerste boek in de Azertyfactory? op de Boekenbeurs?. En had ik geen ironische knipoog bij mijn retorische vraag geplaatst? Het zou  de werking van de sociale media wel zijn: waar voldoende mensen 'liken', 'liken' alle andere mee. En toch. Tachtig mogelijke lezers. Het is een begin (zij het niet meteen voor een bestseller). Ceci n'est pas un livre, maar misschien wordt het er wel één...



woensdag, maart 05, 2014

De wrange nasmaak van snoep

Er moet me iets van het hart. Ik nam vandaan een snoepje aan. Een snoepje van een onbekende man - nu ja, 'man', hij zweefde ergens tussen jongen en man in. Dat snoepje was voor mijn dochter bedoeld, maar ik griste het net wat sneller weg. De dochter is te jong voor snoepjes, en, bovendien, het eten stond op het vuur. Nu krijg ik doorgaans niet veel snoep meer aangeboden (hoewel, bakker, wafelkraam, visboer: ze geven het allemaal), maar deze jongeman vertegenwoordigde Child Focus. 
En daar wringt het schoentje. Een hele horde Child Focus-mannen (tiens, het waren allemaal mannen?) hadden ze op onze straat losgelaten - en achteraf gezien had ik graag wat meer gesprekken gehoord, al duurde het mijne al ruimschoots tien minuten en daarmee meer dan dat eten op het vuur eigenlijk verdragen kon. Maar goed, zelfs dat wil ik door de vingers zien. 
Dat snoepje, het brandt nog altijd in mijn zak. Dat vieze, vuile snoepje. Ik had het nog niet goed uit het gezichtsveld van de dochter getoverd, of daar had je hem al: 'U hebt net een snoepje aangenomen van een vreemde man.' Het vervolg kan je wel raden: vreemde man - kinderlokker - verdwijningen - Child Focus - geld nodig (dat laatste volgde pas nadat ik het zelf had aangegeven, anders had het gesprek nog eens dubbel zo lang geduurd). De jongeman wilde dat ik naar het aantal jaarlijkse verdwijningen raadde. Dat wilde ik niet. 'TWEEDUIZEND!' zei hij. Maar hij had ook goed nieuws: 95 % werd binnen de week opgelost. Alleen - stilte om de spanning op te bouwen: 'Een week is lang!' De precieze inhoud van het gesprek ben ik intussen kwijt (de verontwaardiging speelt nog altijd hoog op), maar er kwamen nog andere ongerijmdheden uit de bus. Neem nu de link: België - kinderlokkers. Ik ken geen cijfers, maar mij lijkt het sterk dat België er gemiddeld meer heeft dan andere landen. Dat zei ik dus, maar de slimme man had daar wel een antwoord op: 'Vraag maar eens in het buitenland. Als je zegt 'België', dan zeggen zij 'frieten, bier en... pedofielen!' (Waar is de tijd dat chocolade nog in dit lijstje stond.) Nu weet ik best dat de doorsnee Vlaming niet sterk is in het verkopen van zijn eigen land, maar dit ging me toch erg ver. En wie mij probeert te overtuigen met slechte argumenten krijgt de bal teruggespeeld. 'Goed', zei ik, 'ik wil niet insinueren dat Child Focus geen zinvol werk doet en dit geen belangrijk aandachtspunt is,' - dat wil ook echt niet! - 'maar vindt niet een groot aandeel van die ontvoeringen plaats binnen de familie, bij internationale gezinnen?' Daar kende de jongeman geen cijfers van, maar 'als het al zo was, dan was dat toch maar een zeer klein aandeel'. 
Ik ben zo vrij geweest even naar de site te surfen (als ik me via de site zou opgeven om financieel te steunen, zou ik 'nummer eenentwintig zijn, want de site had in heel zijn geschiedenis nauwelijks bereik gehad.' - slik), en, kijk, wat ik dacht, klopt zowaar.
Dus, beste, Child Focus,
of deze mannen zijn vrij in hun aanpak en deze jongeman verkoos een wel erg vrije retoriek,
of een slimme (?) marketingspecialist bedacht een handige tekst,
maar, hoe dan ook, van emotionele chantage word ik woest. Dan gaat de hand op de knip - en de deur toe. Ik bewonder de activiteiten van uw organisatie en hoor uw vertegenwoordigers in de media doorgaans zeer genuanceerd reageren. Ik ben zelfs bereid financieel te steunen, als daar nood aan is. Maar vanavond voel ik mij en mijn meeluisterende dochter misbruikt. Met ouderlijke gevoelens en feiten speel je niet.

vrijdag, februari 21, 2014

Vervelend, hé...

een verhaal dat niet af is. Het zou de slogan van de Jeugdboekenweek kunnen zijn*. Maar Belisol ging ermee aan de haal. Er is met deze campagne van Belisol iets vreemd aan de hand. Schieten ze met de ene spot in eigen voet, dan lijkt de andere helemaal niet te werken. Waarom? Op het gevaar af in een ingewikkelde narratologische analyse te vervallen (vakidiotie?) hou ik het simpel. In spot 1 woon je iets wat een operatie lijkt bij en blijkt er plotseling iets bijzonders, iets beweeglijks in het lichaam van de vrouwelijke patiënt te zitten. De verwondering van de arts en de ongerustheid van de vrouw werken wonderwel samen, maar voor je het antwoord krijgt is daar... Belisol. De ramenspecialist die beweert voor het hele verhaal te zorgen - maar alleen voor ergernis zorgt: hoe het verhaal van de arts en de vrouw verdergaat, blijft in het ongewisse. Niks hele verhaal.
Spot 2 houdt het eenvoudiger. In een (gefingeerd) 'net binnengekomen bericht' is een Bengaalse tijger ontsnapt. Waar die rondwaart, dàt krijg je net niet meer te horen. Niks spanning, hier. Belisol kan rustig over ramen en deuren beginnen. Waarom de spot deze keer niet (ergerlijk) werkt?  Omdat het helemaal geen verhaal is, bijvoorbeeld, maar een ander (informatief) teksttype. Of, als we het dan toch als een verhaal willen beschouwen - wat best kan, want talloze verhalen nemen de vorm van andere teksttypes aan - omdat de plot weggegeven is. We wéten al dat er een tijger ontsnapt is, en waar (de setting) is nauwelijks van belang, aangezien we in dit korte verhaal nog geen personage hebben om ons mee te identificeren. Vervelend, hé, een verhaal dat geen verhaal is.

* Die koos een andere slogan: 'Gevaar!' Het lijkt wel alsof ze hebben geruild. 'Gevaar! Sluit uw ramen en deuren... - voor extreemrechts ze sluit - Belisol - Benecol, enkel te gebruiken op doktersadvies - als u die al mag geloven, want heel wat medicatie is niet betrouwbaar, besluit TestAankoop, en met hen ook De Standaard - al even onverantwoord, want onverantwoord interessant... 
(Een glimp uit het associatieve rijtje voor het slapengaan. Bleek niet zo slaapbevorderend, want mijn hersenen vonden dit zo'n leuk spelletje dat ze er helemaal overstuur van geraakten.)

P.S. Wie een écht verhaal over een Bengaalse tijger (en over verhalen) wil, leest beter eens 'Het leven van Pi'. 

P.P.S En oh, wat is het - nu ik toch bezig ben - verleidelijk om maar meteen ook dit fragment over te nemen:

'The house of fiction has in short not one window, but a million - a number of possible windows to be reckoned; every one of which has been pierced, or is still pierceable, in its vast front, by the need of the individual vision and by the pressure of the individual will. (...) These apertures (...) have this mark of their own that at each of them stands a figure with a pair of eyes, or at least with a field-glass, which forms, again and again, for observation, a unique instrument, insuring to the person making use of it an impression distinct from any other.' 

(Henry James, The Portrait of a Lady, 1970, ix; quoted from Jahn 1996, 251,  - en op mijn beurt geciteerd uit Ryan, Cyberage Narratology, 125)



donderdag, oktober 10, 2013

Taart! En toeters! En... sssst - hier leest men

Ik barst al weken van de zin(nen) om te bloggen, maar het vele schoolwerk gaat met alle tijd aan de haal. Vandaag moet het: zoveel literaire vreugde in één dag kan ik niet naast me neerleggen.
Het begon bij Frederik. Die viel hier in de bus. Dat kan écht, weet je. Frederik is immers de man die een mannetje wordt in het nieuwste boek van Joke van Leeuwen. En een nieuwe 'van Leeuwen', dat is snoepen. Al leek het even of iemand al aan het snoeppapiertje had gepulkt. Mijnheer de postbode, ik geraak zo verdrietig van afgeknotte, ingedeukte hoekjes. Doe je voortaan voorzichtiger met de witte pakketjes van 'Vlabin'? Net onder die rode poststempel staat 'boeken'. En 'boeken', die lees je volgens het gezegde misschien wel in een hoek, maar niet mét een (gedeukte) hoek. 
Soit, geblutste lolly, platgetrapte spek, voorgekauwde drop, of niet... Ik bouwde een dam van zelfdiscipline en laat hem nog even wachten - vanavond, als er na toetsen en voorbereidingen en net voor ik in slaap val, nog heel even tijd is, dan mag hij open.
Meteen nadat ik Frederik uit de brievenbus en zijn omslag had gepulkt, zag ik de site van  De Standaard. En die blokte: 'Canadese Alice Munro wint Nobelprijs literatuur'. Al viel het met dat blokken nog mee (of tegen): de timing valt wat slecht en de (terechte) aandacht voor (het overlijden van) Wilfried Martens gaat met alle blokletters lopen. Maar toch, meteen daaronder, netjes aan de zijlijn kreeg ze een plekje. Een beetje zoals zij schrijft, want zoals Anne Provoost (nog zo'n straffe vrouw), al opmerkte'Ze laat schijnbaar gewone levens helemaal omslaan door kleine gebeurtenissen'. Het was overigens dankzij haar tip dat ik destijds met het lezen van Munro begon. En het moet zo ongeveer de eerste keer zijn dat ik al voor de uitreiking met het werk van de winnaar was vertrouwd (of neen, misschien las ik De stad der blinden van Saramago net voor hij de prijs wegkaapte - al zal dat op de valreep zijn geweest). En stiekem denk ik: hoera, die prijs! Dan ligt haar werk binnenkort weer in élke boekhandel! Voor een prijsje?

(Alleen: waar haal ik die leestijd weer? Kan iemand daarin een handeltje beginnen?)

woensdag, augustus 28, 2013

Ons kronkelende brein

Ik sta met broek en onderbroek op de knieën en grabbel in de badkamerkast. Mijn hand vindt alleen een lege kartonnen doos. Ik tast verder, iets wanhopiger nu. Lang wil ik hier zo niet staan. En dan vind ik toch wat ik zoek. 'God zij geloofd!'
God wat? Maar écht, dat is de zin die door mijn hoofd schiet, als ik hem al niet luidop zeg - zo precies weet ik het niet meer. Het moet van mijn tijd als voorlezer in de misviering geleden zijn dat ik dat nog heb gezegd. Waarom dan nu? Maar de opluchting is groot, te groot blijkbaar voor alledaagse woorden, en ik sta er verder niet bij stil.
Tot ik dit neerschrijf en besef wat ik daar nodig had. Inlegkruisjes. Inlegkruisjes. Zou het echt...?

zondag, augustus 25, 2013

Sterke vralen

Het is laat. Onze stemmen kaatsen door de straat. Of beter: één stem. Zij praat, glas in de hand, wij luisteren. Nu en dan kijkt ze op naar haar man, lijkt te verwachten dat hij zal aanvullen, bevestigen, het verhaal larderen met wat zij alweer vergeten is. De reis ligt net achter hen, maar het geheugen gaat zijn eigen gang. Wat hij beleefde, is niet wat zij vertelt. Hij is voorzichtig, bevestigt noch ontkracht. Alleen zijn blik verraadt dat er een tweede waarheid is.
Minder discreet was die andere man, begin deze week, bij een etentje in de tuin. Ook toen vertelde de vrouw. Hij ergert zich: 'Jij met je sterke verhalen, altijd! Je maakt het erger dan het was.' 
Het kan soms pijnlijk zijn, dat enthousiaste verhaal dat je meteen als opgeblazen doorprikt. Veel vaker is het alleen maar amusant. Het is niet de waarheid die dan telt, het is de sfeer, de dosering van humor en spanning, vervreemding en herkenbaarheid. Wat is er immers mis met sterke verhalen? Of horen zij de man toe? Speelt enkel hij dat schalkse spel dat schippert tussen waarheid en leugen?
Mijn oudste dochter hield een tijd geleden vol dat de vader van een vriendje het allersterkste was. 'Ja, hoor,' zei ze,' die heeft hele sterke vralen.' Vralen? 'Vralen, ja, echt sterke vralen.' En ze balt haar spieren. Pas dan begint het me te dagen. Lazen we niet een hele tijd geleden De prinses met de lange haren? En zocht zij geen man om de koffers met haar haren te dragen? Hij kwam, die sterke man uit het circus, en 'hij kwam met vele sterke verhalen'. 

Uit: De prinses met de lange haren, Annemarie Van Haeringen

zondag, augustus 18, 2013

Bedrog

Vanuit het dakvenster kijk ik uit over de huizenzee. Hoe anders lijkt het hier, hoeveel schuiner loopt de straat naar het station, dat nu niet langer links, maar rechts voor het huis lijkt te liggen. En terwijl ik het ene patroon in het andere probeer te passen, zie ik bos dat ik nooit eerder zag. Een lange blauwige strook bomen, een eind achter de eerste horizon. Ik zou kunnen geloven dat er een meer is, daar voor dat verre bos. Dat je er langs de oever van rots tot rots kan springen, dat het bos om het meer heen loopt, als een baken - niet om je het zicht op de eindeloosheid te ontnemen, maar om die te benadrukken. Het is een Zweeds meer, dat ik daar bij de horizon verzin. Een Zweeds meer, bij een Zweeds bos.


maandag, augustus 12, 2013

 O...
'O, wat was het heerlijk om eindelijk mijn nieuwe kleren uit de kast te mogen halen en ze aan te trekken! Buiten zongen de vogels, het was nog steeds zomer, achter de nevelsluiers was de hemel blauw en eindeloos.' 
Karl Ove Knausgård, Zoon
En, hop, meteen zijn het mijn kleren, mijn zomer, mijn kindertijd. Kleren kregen toen nog tijd: om langzaam in de kast te rijpen, tot ze aangedikt waren, een aura van feest en 'bijzonderheid' kregen. Ik probeer het nu nog wel eens, maar het werkt zelden. Nog minder bij mijn kinderen: die trekken nieuwe kleren het liefst van al meteen aan om in de tuin te spelen. 
Het spoor naar deze herinnering loopt langs een stationnetje. Want in die fractie van een seconde en met die verbazende gelijktijdigheid waarin herinneringen en gedachten verlopen, hoor ik de echo van die andere Scandinavische auteur:
'O, wat is het heerlijk als het zomer wordt! Dan zijn de dagen zo lang, dat je niet op zou willen houden met spelen.' 
Astrid Lindgren, De kinderen van Bolderburen
Ik heb er al eerder naar verwezen. Het is de jeugd die ik speelde... Ook ik wilde aardbeien aan strohalmen rijgen, hutten bouwen in het hooi en limonade drinken uit een poppenserviesje. Bij Knausgård gaat het al net zo. Het Scandinavische landschap duldt niet anders: spelen zult gij, eindeloos opgaan in de mogelijkheden van het landschap om je heen, over rotsen struinen, stenen werpen, bessen plukken...
En toch is het niet de jeugd van Knausgård die de echo liet klinken. Het is dat nauwelijks te vatten geluk, dat vleugje nostalgie, die ingehouden uitzinnigheid - in die ene letter. Die 'O', die deed het 'm.



dinsdag, augustus 06, 2013

De w van winterslaap, wakker en geduld

Ach, die zon. Ze is al lang weer terug van weggeweest. Niet deze blog: dat streepje zon - en een pak andere activiteiten waarmee ik u niet ga vervelen - was genoeg voor meer dan twee maanden winterslaap. Natuurlijk schreef ik nog: examenvragen, rapportcijfers, een enkele vakantiekaart... Blogideeën streken neer tussen stapels ongeplooide was (die ligt er nog, vrijwilligers mogen zich melden). Oriëntatieloop in het militair ziekenhuis, tatoeages bij de Zweedse bevolking, het profiel van de pretparkbezoeker, het betoverende Zweedse landschap. U had het allemaal kunnen lezen. Als ik het had geschreven.


zaterdag, mei 25, 2013

Winterse groetjes

Een vriendin belt me. 'Ik sta in de bib. Het is supermooi weer, dus ik wil gewoon op het terras zitten lezen. Heb je een tip?' Ik ga de koude tuin uit, waar ik net de was ophing - de zon schijnt, grijze wolken pakken  samen, maar wachten vast nog even - en blijf voor mijn boekenkast staan. Ik weet niet goed hoeveel tips ik mag geven: niet alleen heeft de vriendin geen balpen en papier bij zich, ik ben ook bang dat de zon weer weg zal zijn voor zij en het boek het terras hebben gehaald.
Even later een sms van mijn moeder: 'Sta bij het groentekraam. 36 nummers voor me.' De zon heeft velen naar de markt gelokt.
Het lijkt wel alsof we met z'n allen elk straaltje zon willen opslurpen - zuinig, met een rietje, zo lang zuigend dat de lucht allang gorgelend in onze keel verdwijnt. 
Gisteren kregen we ze al even te zien, een hele ochtendspits lang. Ik boog me dapper over het stuur van mijn fiets en trok mijn kleed wat verder over mijn knieën - blote benen, want kousen einde mei, dat ging me te ver. Beide handen stak ik afwisselend diep in mijn jaszak, mijn oren geleidden de kou tot diep in mijn kiezen. Tegen de gevel van een huis leunde kerstversiering: 'Let it snow!'. Bij de ophaling van grof huisvuil eerder deze week had de vuilniswagen die laten staan. Wellicht was niet duidelijk of deze versiering echt bij een ander jaargetijde hoorde. 
Op de terugweg kruis ik een vrouw met muts, sjaal en winterjas. Ook onder de collega's was die winterjas aan een revival begonnen. Bij mij liggen ze klaar voor de was. Straks mogen ze drogen - rillend in de winterzon. Daar horen winterjassen, toch?

woensdag, mei 15, 2013

Daarbuiten loopt een schaap 

Het is nacht. Zoon en ik rijden het dorp uit, donkere weiden voorbij, tot bij het volgende gehucht. Daar, in één huis aan het einde van de straat, brandt licht. Daar moeten wij zijn. De wachtzaal is leeg, maar het felle tl-licht sluit alle duisternis uit. Wat de dokter onder zijn haastig aangeschoten broek en trui aanheeft, zou een hemd kunnen zijn, maar de dikke stof verraadt een pyama. Ook de bedachtzame gebaren en trage zinnen van de dokter getuigen van de nacht. 
Als we de straat weer uitrijden, blijft het stil. Even nog. Meteen om de hoek blijkt hoe levendig de nacht is. Een auto met Franse nummerplaat staat zacht te draaien voor een huis. Ik vraag me af hoe alert ik moet zijn - het is tenslotte nacht, en dan staan auto's met Franse nummerplaten niet te draaien voor een huis. Of toch? Ook aan het kruispunt verderop zijn we niet alleen: voor elk van de rode lichten staan meerdere auto's te wachten. Een koppel wandelt langs de baan, regenjas en wandelschoenen aan, stevig in gesprek. Het is drie uur. Wat doet iedereen hier?
Ik denk aan Slaap! van Annelies Verbeke, waarin de slapeloze Maya rondtrekt op zoek naar lotgenoten. Ik herinner me hoe ze her en der aan de bel ging hangen, om mensen uit hun slaap te rukken. 
Ik fietste door de donkere straten op zoek naar leven, vervuld van energie. Het was drie uur in de ochtend. Lege pleinen, zwarte laantjes, hier en daar een wakkere duif. Die beesten waren totaal van de kaart sinds de komst van de straatlantaarn. Zou die snel breken, een duivennek? Waarschijnlijk niet. Taaie rakkers, die vliegende ratten. Natuurlijk zag ik soms een mens. De stad slaapt nooit, zogezegd.(Slaap!, Annelies Verbeke)
Vannacht lijkt de setting van haar boek bijna ongeloofwaardig. Overal is leven - en dit is niet eens de stad. Als we de auto weer voor huis parkeren, kijkt de jongste door het raam. De oudste komt de trap af en wil weten hoe de dokter was. 'Het is nacht,' zeg ik, 'dan moet je slapen.' Het lijkt plots een bewering van niks.